
Ethologie is de wetenschap die het natuurlijke gedrag van dieren bestudeert. Het wordt ook wel gedragsleer genoemd. Het valt onder de zoölogie. Het verschilt van behaviorisme, waarbij vooral aangeleerd gedrag wordt onderzocht. Ethologie gaat echt om het natuurlijke, instinctieve gedrag van een dier. De naam stamt af van het Griekse woordt ethos wat karakter of natuurlijke aanleg betekent en logos wat studie betekent.
Ethologie begint met de structuur en betekenis van gedrag in het normale leven van een organisme, onder invloed van natuurlijke selectie, beperkt door afstamming en georganiseerd in motivatiesystemen. Gedragspsychologie en vergelijkende psychologie (comparative psychology) beginnen met de mechanisme van verwerving en uitvoering en probeert de variabelen te indentificeren die waarschijnlijkheid op bepaald gedrag en reacties beïnvloeden.
Ethologie is dus niet gedragspsychologie. De biologische kant van ethologie is nodig om de observaties in gedrag goed te kunnen interpreteren. Zonder ethologie, en dus de biologie, worden organismen (en dus honden) vaak te snel gezien als simpele leermachines waarbij gedrag het gevolg is van beloningsschema’s en correcties.
Met alleen ethologie bestaat het gevaar dat gedrag alleen wordt gezien als gevolg van instinct, iets dat vastligt, waarbij training deze instincten alleen kan onderdrukken of vergroten.
Gelukkig is het gedrag van honden (en alle andere dieren) een stuk complexer. Het is een combinatie van verschillende door de mens ontwikkelde modellen. Het proberen vast te houden aan één theorie of model zorgt voor strijd en verwarring om gedrag te classificeren als welzijnsprobleem of juist een trainingsprobleem. Een motivatieprobleem wordt verward met een temparement-label. Een soort-specifieke gedraging wordt gediagnosticeerd als pathologie.
